Toetsing van de theorie
Tijdens je leerroute word je op verschillende manieren getoetst: in de praktijk en in de theorie. Deze pagina gaat over toetsing van de theorie binnen de Zorgopleidingen. Theorietoetsen helpen zichtbaar te maken waar je staat in je ontwikkeling, welke kennis je al beheerst en waar verdere ontwikkeling nodig is.
De toetsen zijn ontwikkelingsgericht: ze geven informatie die je kunt gebruiken in je portfolio en bespreken met je werk- en/of praktijkbegeleider. De beslissing of je bekwaam bent om een EPA zelfstandig uit te voeren, wordt in de praktijk genomen.
Hoe wordt het leren getoetst?
Binnen de Zorgopleidingen werken we met twee vormen van toetsing:
Toetsen om te leren
Toetsen om te leren helpen je tijdens het leerproces. Ze geven inzicht in wat goed gaat, welke kennis nog aandacht vraagt en welke vervolgstappen logisch zijn. Voorbeelden zijn:
- diagnostische oefentoetsen;
- vragen of quizzes in een e-learningmodule;
- opdrachten tijdens een onderwijsactiviteit;
- interactieve toetsvormen in de les.
Deze toetsen zijn bedoeld om te oefenen. Ze ondersteunen je leerproces en helpen je om gericht verder te werken. De resultaten worden niet bijgehouden en geregistreerd.
Wat doe je met de feedback?
- Bekijk welke onderdelen je al beheerst.
- Noteer welke onderwerpen extra aandacht vragen.
- Gebruik de feedback bij je voorbereiding op onderwijs of toetsing.
- Deel relevante inzichten met je praktijkbegeleider als dit helpt bij je ontwikkeling.
Toetsen van het leren
Toetsen van het leren vinden plaats aan het einde van een onderwijseenheid. Ze laten zien in welke mate je een leeruitkomst beheerst. Deze toetsen richten zich vaak op:
- toepassen van theoretische kennis;
- klinisch redeneren;
- analyseren van praktijksituaties;
- onderbouwen van keuzes;
- herkennen van risico’s en vervolgstappen;
- verbinden van theorie met professioneel handelen.
Een toets van het leren geeft richting aan je verdere ontwikkeling. Het resultaat kan worden gebruikt in je portfolio en kan de praktijk helpen om jouw ontwikkeling beter te begeleiden.
Kun je slagen of zakken voor een theorietoets?
Binnen de Zorgopleidingen heeft toetsing van de theorie een ontwikkelingsgerichte functie. Een theorietoets beslist niet zelfstandig of je doorgaat in je leerroute en bepaalt ook niet of je bekwaam bent voor een EPA.
Er wordt wel een norm gebruikt. Die norm helpt om te bepalen in hoeverre je de leerdoelen of leeruitkomst op dat moment beheerst. Wanneer je resultaat onder de norm ligt, is dat een signaal dat extra analyse, ondersteuning of oefening nodig is.
Waar vind je informatie over je toets?
In de studiewijzer van je onderwijseenheid staat welke toetsing wordt ingezet. Daar vind je onder andere:
- welke toets je maakt;
- wat het doel van de toets is;
- welke leeruitkomst wordt getoetst;
- welke toetsvorm wordt gebruikt;
- hoe je feedback krijgt;
- of de toets voorwaardelijk is voor diploma of certificaat.
Digitale theorietoetsen
Digitale theorietoetsen worden afgenomen in Remindo. Via Remindo kunnen toetsvragen, resultaten, feedback en toetsanalyses zorgvuldig worden beheerd.
Na afronding van een digitale toets kan een terugkoppelingsrapportage beschikbaar zijn. Daarin zie je bijvoorbeeld hoe je hebt gescoord op verschillende onderwerpen en welke onderdelen aandacht vragen.
Resultaat en feedback
Na een toets ontvang je je resultaat en uitleg over hoe dit resultaat tot stand is gekomen. Dat kan bijvoorbeeld via:
- een terugkoppelingsrapportage;
- een antwoordmodel;
- een rubric;
- een bespreking met de docent;
- een begeleide nabespreking.
Gebruik je resultaat actief. Kijk niet alleen naar het cijfer of de norm, maar vooral naar wat het resultaat zegt over je ontwikkeling.
Na je resultaat:
Bekijk je score en feedback.
Kijk welke onderwerpen goed gingen.
Kijk welke onderwerpen extra aandacht vragen.
Noteer welke vervolgstappen nodig zijn.
Voeg relevante resultaten, feedback en reflecties toe aan je portfolio.
Bespreek belangrijke ontwikkelpunten met je praktijkbegeleider als dit helpt bij je EPA-ontwikkeling.
Wat als je een onvoldoende haalt?
Een onvoldoende toetsresultaat is vervelend, maar het is vooral een signaal. Samen met je docent en praktijk kijk je wat nodig is om je ontwikkeling verder te versterken. Bij een onvoldoende resultaat volg je de onderstaande stappen.
Bespreek de toets met je docent (toetsanalyse)
Je bespreekt je resultaat met de docent die betrokken is bij de toets of onderwijseenheid. Tijdens dit gesprek kijken jullie naar:
- welke onderdelen goed gingen;
- welke onderdelen onvoldoende beheerst zijn;
- welke fouten of patronen zichtbaar zijn;
- welke mogelijke oorzaken een rol speelden;
- welke vervolgstappen nodig zijn.
Het doel is dat je begrijpt wat het resultaat betekent en wat je nodig hebt om verder te komen.
Vul het reflectieformulier in
Na de toetsanalyse vul je het formulier “Reflectie tekortschietend resultaat” in. Dit formulier helpt je om te beschrijven:
- wat je hebt geleerd van de toets;
- wat goed ging;
- wat minder goed ging;
- welke oorzaken mogelijk een rol speelden;
- welke ondersteuning je nodig hebt;
- welke acties je gaat ondernemen;
- welke afspraken zijn gemaakt.
Voeg het ingevulde formulier toe aan je portfolio.
Mail je reflectie naar de juiste personen
Mail je reflectieverslag binnen één week naar:
- de docent met wie je de toetsanalyse hebt besproken;
- je begeleidend docent;
- je praktijkopleider.
Je begeleidend docent zorgt ervoor dat het reflectieverslag wordt doorgestuurd naar de onderwijsadministratie. De onderwijsadministratie verwerkt het verslag in het studentenvolgsysteem.
Deze registratie is voorwaardelijk voor het fiatteren van een aanvraag voor een certificaat of diploma. Bij een onvoldoende resultaat moet het reflectieverslag geregistreerd zijn in Progress. Zonder deze registratie kan de onderwijsadministratie de aanvraag voor een certificaat of diploma niet fiatteren.
Bespreek passende vervolgstappen
Na je reflectie bespreekt de begeleidend docent met de praktijkbegeleider welke vervolgstappen passend zijn. Mogelijke vervolgstappen zijn:
- gerichte voorbereiding op een herkansing;
- aanvullende leeractiviteiten (oefeningen);
- bespreken van toetsaanpak of voorbereiding;
- aanvullende afspraken tussen student, docent en praktijk.
De gemaakte afspraken worden vastgelegd.
Maak de herkansing
Bij een onvoldoende resultaat krijg je per toets van het leren één herkansingsmogelijkheid. De herkansing:
- wordt in overleg gepland;
- vindt binnen één maand plaats;
- heeft dezelfde toetsvorm;
- is gebaseerd op dezelfde toetsmatrijs;
- bevat een andere set vragen of opdrachten;
- kan alleen plaatsvinden wanneer de stappen rond toetsanalyse en reflectie zijn uitgevoerd.
Je kunt dus alleen deelnemen aan de herkansing als je reflectieverslag is ingeleverd en verwerkt volgens de afgesproken procedure.
Als het resultaat opnieuw onvoldoende is
Als je na de herkansing opnieuw een tekortschietend resultaat behaalt, krijg je geen derde kans. In dat geval bespreken student, docent en praktijkbegeleider samen welke vervolgstappen passend zijn. Denk aan extra begeleiding, aanvullende leeractiviteiten of aanpassing van afspraken binnen de leerroute.
Kan een andere toetsvorm worden gekozen?
In uitzonderlijke situaties kan een andere toetsvorm passend zijn. Dat kan alleen wanneer student, praktijkbegeleider en docent dit samen bespreken en onderbouwen.
Een andere toetsvorm is alleen mogelijk als er aantoonbare redenen zijn dat de oorspronkelijke toetsvorm geen passend of eerlijk beeld geeft van het beoogde leerresultaat. Voorbeelden van situaties die besproken kunnen worden:
- ernstige toets- of prestatiestress die de toetsuitvoering aantoonbaar belemmert;
- dyslexie-gerelateerde beperkingen;
- persoonlijke omstandigheden die invloed hebben op de toetsuitvoering;
- een duidelijke discrepantie tussen functioneren in onderwijs of praktijk en het toetsresultaat.
Een algemene voorkeur voor een andere toetsvorm is onvoldoende. De gezamenlijke beslissing en onderbouwing worden schriftelijk vastgelegd.
Bezwaar tegen een toetsuitslag
Ben je het niet eens met de uitslag van een toets? Bespreek de uitslag eerst met de beoordelend docent. De docent kan toelichten hoe het resultaat tot stand is gekomen.
Als dit gesprek geen oplossing biedt, kun je schriftelijk bezwaar indienen volgens de procedure uit de Onderwijs- en Examenregeling.
Toetskader
Het toetskader beschrijft hoe de Zorgopleidingen de kwaliteit van toetsing bewaakt, versterkt en borgt. Het toetskader geeft richting aan:
- het ontwerpen van toetsen;
- het uitvoeren van toetsing;
- het beoordelen van toetskwaliteit;
- het gebruik van toetsresultaten;
- het verbeteren van toetsen en onderwijs.
Bij de Zorgopleidingen moeten toetsen eerlijk, duidelijk, betrouwbaar, uitvoerbaar en passend bij het EPA-gerichte onderwijs zijn.
Onderwijs- en Examenregeling
De Onderwijs- en Examenregeling beschrijft de belangrijkste rechten en plichten van studenten binnen de Zorgopleidingen. In de OER staat onder andere informatie over:
- opbouw van de leerroute;
- rechten en plichten van de student;
- toetsing en examinering;
- herkansing;
- vrijstellingen (zie ook vrijstellingen);
- klachten en bezwaar;
- professioneel gedrag;
- aanwezigheid;
- begeleiding;
- kwaliteitsborging.
De OER vormt samen met de afspraken van de praktijkinstelling het formele kader voor je leerroute.
Documenten
Hier vind je de belangrijkste documenten bij toetsing van de theorie:
Onderwijs- en Examenregeling (OER) EPA-leeraanbod VVO en MOO 2026–2027